Personeel is in veel van de gesprekken die we voeren als redactie een niet te vermijden onderwerp. Of het nu gaat om in de cabine, in de werkplaats of in de logistieke centra, waar eigenlijk niet?
Pakken we de jeugdwerkloosheidscijfers er bij dan zien we dat – in de tien jaar dat we dit magazine nu maken – het cijfer daalde van 12,7 procent naar 8,2 procent. Het jaar 2022 was even een dieptepunt, net al 2019, maar het cijfer loopt sinds 2022 weer wat op. Opvallend, toch?
Zowel aan de chauffeurskant als aan de werkplaatskant van de sector horen we in onze gesprekken niet alleen de schaarste voorbij komen. Een ander punt dat wordt aangehaald zijn de kantoortijden die als leidraad dienen voor menigeen, om nog maar te zwijgen over een ‘focus op de balans tussen werk en privé’. Ik ga hier geen waardeoordelen aan verbinden, ieder moet doen en laten wat hij of zij wil (binnen de grenzen van de wet, etc.).
Feitelijk kun je wel constateren dat bepaalde wensen niet met elkaar te rijmen vallen. Het online bestelde pakketje moet ’s avonds bezorgd worden net als die bezorgmaaltijd en de boodschappen want overdag is er niemand thuis. De hele 24/7 economie die dit mogelijk maakt, draait op mensen die bereid zijn andere uren te maken dan die tussen negen en vijf. Als de planning met chauffeurs buiten die uren een spaak in het spreekwoordelijke wiel krijgt of als monteurs niet meer buiten die uren willen werken dan raken we de sector als geheel.
Op individueel niveau snap ik de wensen van een ieder om het maximale uit het leven te willen halen, zowel in het werk als privé. Maar het ego is ook onderdeel van een groter collectief. En het een kan niet zonder het ander.
Met een hele generatie babyboomers die afzwaait in de werkplaats en achter het stuur zullen we met zijn allen iets moeten doen om te voorkomen dat de spreekwoordelijke wal het schip voor ons keert. Als voertuigen stil komen te staan doordat de werkplaats of de cabine niet bezet is dan zijn we immers verder van huis.