De aanstaande introductie van een nieuwe generatie Sprinters door Mercedes-Benz volgend jaar gaat niet alleen over noviteiten, digitalisering en elektrificatie. Het merk grijpt de gelegenheid aan om terug te blikken op de dertigjarige historie van deze specifieke modelreeks. Met dataleverancier RDC analyseren we de Nederlandse cijfers.

Wie alle data rond de modelreeks Sprinter opvraagt krijgt resultaten die wel dertig jaar verder reiken dan de introductie van de T1N in 1995. Die laten we voor nu buiten beschouwing en focussen ons op de drie generaties Sprinter die de afgelopen dertig jaar op de weg zijn gezet. Het cijfer onderaan de streep blijft dan nipt onder de honderdduizend. Voor we daar dieper induiken eerst maar even de basis doornemen.

Het was de tweede generatie die het langst van alle drie nieuw te koop was op de Europese markt. Deze NCV3-generatie verving de eerste generatie in 2006 om pas in 2019 te worden afgelost door de huidige VS30. Als die volgend jaar wordt afgelost blijkt deze derde generatie de kortst lopende serie van de huidige drie.
Hoewel de bulk natuurlijk bestelwagens betreft laten we hier de 9898 kentekens voor de personenwagenversies niet buiten beschouwing. Het merendeel, 55 procent, heeft daarbij de officiële toevoeging ‘taxi’ aangevinkt gekregen in de statistieken. Het personenwagendeel is op een aantal fronten het meest volledig in detail beschikbaar. Zo is het aantal deuren en de kleurstelling voor bedrijfswagens en vrachtwagens niet relevant, maar voor de personenwagenversies wel. Geel blijkt na wit de meest voorkomende kleur, zij het op forse afstand. Grijs en blauw volgen wederom op afstand, zwart en rood staan er – ieder met 175 exemplaren – kort achter.



Dubbele cabines
Dubbele cabines komen volgens de cijfers maar sporadisch voor en al helemaal niet bij de personenautoversies. Bekijken we de marktaandelen voor bestelwagens en vrachtwagens dan komen die op 0,74 en 0,37 procent uit.

Brandstofmix
Het zal niet verbazen dat verreweg de grote bulk van de kentekens het vinkje diesel aangekruist heeft gekregen. We pakken de bouwjaren 2020-2025 erbij om te zien hoe de evolutie naar de elektrische aandrijflijn verloopt. Voor dit jaar liggen de beide aandrijflijnen dicht bij elkaar in de buurt, maar de diesels weten toch nog met dertig stuks (!) voorop te blijven. Interessant is om te kijken naar 2024 dat op een extreme manier boven de andere jaren uitkomt. Het aandeel elektrisch is echter ongeveer driekwart van 2025 en dat jaar is nog niet eens afgerond. Het zijn naar voren gehaalde registraties om de laatste diesels tegen gunstig fiscaal regime te kunnen afrekenen. Dus, elektrische bussen stijgen in de verkopen, maar die lage dieselaantallen komen doordat je die meerverkoop van vorig jaar er eigenlijk bij moet rekenen. Als we de diesel-Sprinters van de bouwjaren 2024 en 2025 bij elkaar optellen dan gaat het om 13.603 stuks. Gemiddeld dus zo’n 6800 per jaar; netjes passend in de waarden over de bouwjaren 2023-2020.