Volgens non-profitorganisatie Transport & Environment (T&E) plegen oliebedrijven massaal fraude bij de productie van HVO-100. Hierdoor is de brandstof lang niet zo duurzaam als zou moeten.
Biodiesel, oftewel HVO-100, moet een belangrijk instrument zijn om vervoerders snel te laten verduurzamen. Onderzoek van T&E laat echter zien dat de brandstof lang niet zo goed is voor het milieu als gedacht. Dit komt door het gebruik van palmolie. Sinds de Europese Unie heeft bepaald dat oliebedrijven geen palmolie meer mogen gebruiken voor biobrandstoffen, is POME-olie een belangrijk ingrediënt geworden.
Op papier is POME-olie erg duurzaam. De Palm Oil Mill Effluent is namelijk een restproduct van de productie van palmolie, dat veel in de voedingsindustrie wordt gebruikt. Omdat het een restproduct is, krijgt het de stempel duurzaam en mag het dus in biobrandstoffen gebruikt worden. Uit onderzoek van T&E blijkt echter dat alleen al voor brandstoffen voor Europa 2 miljoen liter van dit goedje is gebruikt. Dat is knap, want de wereldwijde productie van palmolie zou maar 1 miljoen liter moeten opleveren.
Het lijkt er dus sterk op dat POME-olie speciaal wordt gemaakt voor het gebruik in HVO-100. Deze fraude is slecht nieuws, want voor palmolie worden jaarlijks grote stukken regenwoud platgebrand. “Het lijkt erop dat POME gewoon palmolie in vermomming is”, stelt Cian Delaney, policy officer bij T&E. “Hierdoor ontstaan grote zorgen of HVO-100 wel zo groen is als oliebedrijven zeggen. We moeten de regels aanpassen zodat deze schadelijke producten in Europa niet in zogenaamde duurzame brandstoffen verdwijnen.”