Al weken is de Nederlandse chauffeursgemeenschap in rep en roer. De aanleiding was een bericht van de politie op sociale media, waarin werd aangekondigd dat er streng gecontroleerd zou gaan worden op bullbars op vrachtwagens. Vanuit de sector komt nu tegengas.
Al jaren is het een van de meest gewilde accessoires voor op een vrachtwagen: de bullbar. Voor veel chauffeurs is er niets mooiers dan een flink hekwerk voor de grille, liefst afgewerkt met kippengaas en veel extra lampen. Een vrachtwagen telt pas echt mee in het wereldje als hij een bullbar heeft, zo lijkt het tenminste. De ophef was dan ook groot toen de politie aankondigde erop te gaan handhaven. Opeens was de top van de Nederlandse truckerswereld vogelvrij.
Het begon begin februari met een bericht van de Verkeerspolitie Oost-Nederland op Instagram. Hierin werd aangekondigd dat de politie, na overleg met het Openbaar Ministerie, zou gaan handhaven op bullbars op zware bedrijfsvoertuigen. De aanleiding was een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Nijmegen, die in augustus 2025 heeft bepaald dat bullbars verboden zijn op voertuigen boven 3.500 kilo. Vanaf 1 april krijgt een overtreder een boete en moet de bullbar ter plekke van het voertuig verwijderd worden.
De voorkant van een vrachtwagen zit in toenemende mate vol met technologie, die erg kwetsbaar is bij een aanrijding.
In voorgaande jaren kwam het onderwerp wel vaker voorbij, in de vorm van een chauffeur die een boete kreeg. Dit bleef echter altijd bij een geïsoleerd geval. In eerste instantie verwachtten de meeste chauffeurs dan ook dat het zou overwaaien, maar de commotie nam toe toen er daadwerkelijk chauffeurs aan de kant werden gezet. Dat het hierbij bekende bedrijven met geliefde vrachtwagens betrof, zorgde voor veel reuring.
De verontwaardiging van de gemeenschap is groot. Juist met het huidige chauffeurstekort kiezen veel bedrijven voor een bullbar om hun vrachtwagens op te laten vallen en zo nieuw personeel te werven. Om die reden verschenen bullbars vaker in vloten van middelgrote bedrijven, en niet alleen meer bij eigenrijders. Op sociale media ontstond een trend waarbij bekende transportbedrijven met AI hun vrachtwagens in camouflagekleuren tooiden. Dit was een duidelijke knipoog naar de vrachtwagens van het Nederlandse leger, die ook steevast een bullbar hebben.
Zoals de naam doet vermoeden, is de bullbar voornamelijk bedoeld ter bescherming tegen dieren. In Australië heten ze daarom ook ‘roo-bars’; een verwijzing naar de kangoeroe. In Scandinavië behoort een bullbar tot de standaarduitrusting van vrachtwagens die veel door de bossen rijden. Hier zijn aanrijdingen met elanden niet ongewoon. Een bullbar beschermt bij een aanrijding de zwakkere delen van de vrachtwagen, zoals de grille, de koplampen en een radiator. De voorkant van een vrachtwagen zit in toenemende mate vol met technologie, die erg kwetsbaar is bij een aanrijding. Camera’s en sensoren bevinden zich in de bumper en in de grille. Met het toenemende risico op hoge kosten bij een aanrijding loont het dus steeds meer om een bullbar aan te schaffen. In Nederland komen aanrijdingen met elanden of andere grote dieren maar weinig voor en zit de bullbar er vooral om esthetische redenen.
Vaak is een bullbar speciaal voor het type vrachtwagen ontwikkeld. De fabrikant heeft toestemming gegeven voor de ontwikkeling van een op maat gemaakte bullbar. In veel gevallen is er zelfs samen met de fabrikant getest. De meeste bullbars hebben dan ook een Europese typegoedkeuring. Hiermee rijst de vraag in hoeverre de Nederlandse politie kan bekeuren op een onderdeel dat voor Europa is goedgekeurd. De RDW heeft voertuigen met bullbars toegelaten. Bij het bekeuren zou de politie dus ingaan tegen een bepaling van een andere overheidsdienst.
Verhoogde kans op letsel
De Nederlandse politie beroept zich op artikel 5.3.48 lid 3 van de Regeling Voertuigen. Hierin staat dat bedrijfsauto’s aan de voorzijde niet voorzien mogen zijn van voorzieningen die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten. Hier valt volgens de politie een bullbar ook onder. Bewijs dat deze inderdaad de kans op letsel vergroot, is niet gegeven.
Met bullbars is is uitgebreid getest, ook door de RDW. Hierbij is gelet op scherpe en uitstekende delen maar ook op de mate waarin het onderdeel energie absorbeert. Daarom is hij ook van aluminium en niet van staal. Daarnaast verbiedt de politie niet andere voorzieningen aan de voorzijde van een vrachtwagen, zoals een montageplaat voor een sneeuwschuiver of een verzwaarde bumper voor een autolaadkraan. Deze voorzieningen vallen onder hetzelfde artikel.
Nu is het natuurlijk niet zo dat alles zomaar mag. Officieel moet een voertuig opnieuw gekeurd worden bij de RDW als een bullbar is gemonteerd. Niet alleen het gewicht is toegenomen, maar ook de lengte van het voertuig. Dit moet op het kenteken vermeld staan. In geen geval mag de vrachtwagen met een bullbar de maximaal toegestane lengte overschrijden. Nieuwe regels omtrent langere aerodynamische cabines werken hierbij in het voordeel van de bullbar. Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan lijkt er weinig aan te merken.
Juridische stappen
Na de aankondiging van de politie en de daarop volgende beroering zijn meerdere partijen om de tafel gaan zitten. Hieronder zijn verschillende leveranciers van bullbars, zoals Bulthuis, Go-In-Style en Convoy Truckparts. De producten van leveranciers zoals MRK, Trux en Hypro voldoen aan de gestelde eisen en hebben het Europese R61-certificaat. Samen met transportorganisatie Transport in Nood en ITL Attorneys worden daarom juridische stappen voorbereid tegen de Nederlandse staat.
Volgens advocaat Kevin Vierhout van ITL Attorneys is de uitspraak van de rechter onjuist en is het vonnis gebaseerd op aannames en meningen. Hij heeft daarom contact opgenomen met het ministerie om handhaving op het verbod door de politie te stoppen. Daarna volgen mogelijke juridische stappen. Transport in Nood roept vervoerders die bekeurd zijn op om hun boete niet te betalen en naar hen op te sturen. Deze zullen gezamenlijk aangevochten worden.