Het Openbaar Ministerie wil de gedoogregeling waardoor chauffeurs met alleen een B-rijbewijs ook een zwaardere elektrische bestelauto mogen rijden met slechts een halfjaar verlengen, tot 1 juli 2024. De verzamelde mobiliteitssector, waaronder BOVAG, RAI Vereniging, VNA en TLN, vindt dit “veel te kort en onacceptabel”.
Voor het besturen van een (elektrische) bestelwagen zwaarder dan 3500 kilogram is volgens de wet een vrachtwagenrijbewijs nodig. Dankzij de gedoogregeling mogen dergelijke bussen (tot maximaal 4250 kilogram) – die vanwege het accupakket zwaarder zijn dan hun tegenhangers met een verbrandingsmotor – ook met alleen een B-rijbewijs worden gereden. Deze gedoogregeling is ingesteld omdat veel bestuurders van elektrische bestelwagens (nog) niet over een vrachtwagenrijbewijs beschikken. Door de gedoogregeling al per 1 juli 2024 af te schaffen komt de duurzame logistiek volgens de mobiliteitsorganisaties in gevaar. Volgens deze organisaties is een overgangsperiode van zeker nog een jaar nodig, tot 1 januari 2025.
Bestuursvoorzitter Elisabeth Post van Transport en Logistiek Nederland (TLN) reageert: “Er is een pilot geweest waaruit niet is gebleken dat dit type bestelauto onveiliger zou zijn. Bovendien zijn deze voertuigen allemaal toegelaten door de RDW. Sinds wanneer is het dan het Openbaar Ministerie dat bepaalt of iets veilig of onveilig is? Dit is toch een beetje de wereld op zijn kop!”
Praktijkvoorbeeld
Als de huidige regeling per 1 juli 2024 stopt, dan zou dat bijvoorbeeld bij een bedrijf als DHL ervoor zorgen dat honderden e-bestelauto’s aan de kant worden gezet. DHL leidt mensen wel op voor het halen van een C-rijbewijs, maar dat zullen niet de bestuurders van elektrische bestelauto’s worden. De bezitters van een vrachtwagenrijbewijs kiezen voor de vrachtwagen. Roelof Hofman, COO bij DHL: “Een bedrijf als DHL kan een investering van 40 miljoen euro letterlijk langs de weg parkeren en wij niet alleen. Nog teleurstellender is dat de overheid de energietransitie van de sector hiermee regelrecht dwarsboomt. De overheid die ons eerst opriep deze investering te doen, legt diezelfde bussen nu de facto aan de ketting.”