Hyvia opent brandstofcelfabriek in Frankrijk

Negen maanden na de oprichting opent Hyvia, de joint venture voor waterstofmobiliteit van Renault Group en Plug Power, zijn fabriek in het Franse Flins. Hyvia start hier met de assemblage en het testen van brandstofcellen op basis van de technologie van Plug Power. De brandstofcel van 30 kW zal de toekomstige Renault Master op waterstof gaan aandrijven.yvia beg

De brandstofcel combineert lucht en waterstof om elektrisch vermogen te genereren voor een groter rijbereik. Zowel lucht- als waterstofstromen komen in het ‘hart’ van de brandstofcel terecht. De brandstofcel bestaat uit een negatieve elektrode (anode) en een positieve elektrode (kathode), gescheiden door een polymeermembraan. De waterstofmoleculen worden gescheiden in elektronen en kationen. De elektronen gaan naar een externe kring, wat een stroom genereert die zowel de batterij van 33 kWh als de elektromotor van 57 kW voedt. De kationen gaan door het polymeermembraan en binden zich met de anionen uit de lucht om water te vormen.

Assemblage

De montagelijn van de Hyvia-fabriek is ontworpen voor de complexe assemblage van ongeveer 450 onderdelen en stromen (lucht, waterstof, elektriciteit, koelvloeistof en water), zoals de controller en de omvormer met hoog vermogen, de luchtfilter, de compressor en de luchtbevochtiger, het koelsysteem tot de eindassemblage van de brandstofcel.

De verwachting is dat de fabriek tegen het einde van 2022 een capaciteit van duizend eenheden per jaar zal bereiken. Dan zal ook de assemblagelijn voor laadstations op waterstof worden gelanceerd. De waterstofbevoorrading begint met de installatie van een elektrolyser van 1 MW, die waterstof zal leveren aan de fabriek (450 kilogram waterstof per dag), om brandstofcellen en laadstations op waterstof te testen.

Emil Peeters

Emil is een ervaren redacteur met een brede belangstelling en een heldere schrijfstijl. Hij komt met enkele doortastende vragen snel tot de kern van de zaak.

Emil Peeters has 554 posts and counting. See all posts by Emil Peeters

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.