De jaarcijfers die Scania presenteerde tonen een gestage groei bij de service-tak over de afgelopen vijf jaar. Capaciteitsproblemen maken het echter onmogelijk te voldoen aan de volledige vraag naar nieuwe trucks. Bovendien staat er weer een voorziening van een half miljard euro in de boeken vanwege de EU-kartelboete.
Aan de vraag ligt het niet, zo is de rode draad tijdens de sessie. Managing Director Scania Benelux, Janko van der Baan, zegt het zo: “Er ligt een stapel orders op de bureaus die we nog niet kunnen produceren. We kijken nu al tegen levertijden aan van twintig maanden.” Met de oplopende inflatie en de onzekerheid over grondstofprijzen bestaat het risico dat nu bestelde voertuigen tegen het moment van afleveren dermate in kostprijs zijn gestegen dat er verlies geleden wordt op de transactie.
Bovendien speelt er een ander neveneffect, legt Jan de Vries uit. Als Director Sales Nederland merkt hij dat klanten door de oplopende levertijden productieslots gaan veiligstellen. “Als je twintig maanden vooruit moet plannen, dan moet je nu dus al bestellen om in 2024 te kunnen rijden. Op die manier komt er alleen maar meer druk op de keten. Die vicieuze cirkel willen we doorbreken en daarom hebben we in overleg met de fabriek de beslissing genomen om de offertetool dicht te zetten. Tot nader order nemen we daarom geen orders meer aan.”
CIJFERS:
621.000:
In 2021 steeg het aantal externe werkplaatsuren van 606.000 naar 621.000 uur. Het aantal interne (denk aan afleveringsklaar maken) steeg van 130.000 naar 142.000 uur.
De genoemde combinatie van factoren zoals de stokkende toeleveringsketen en oplopende grondstofprijzen laten één kant van de medaille zien. Voor Scania is de andere kant van de medaille de timing ervan. Die valt namelijk precies samen met het moment waarop de fabrikant omschakelt naar het zogeheten Super-platform dat de oude dertienliter motorfamilie gaat vervangen. Zo’n operatie waarbij fabrieken moeten worden aangepast, vergt tijd. De kleinere fabrieken zoals in het Zweedse Södertälje gaan eerst, de grote fabriek in Zwolle gaat pas over als de eerste mogelijke aanloopissues zijn gladgestreken. Zwolle zou al in april omgaan maar dat is nu medio zomer met een geplande aflevering van de eerste voertuigen rond oktober.
In het eerste kwartaal van 2016 kwam de wereldwijde omzet van de servicetak uit boven de half miljard euro om daarna gestaag op te lopen naar 700 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2018. Uiteraard dipte de kwartaalomzet toen de eerste coronapaniek losbarstte in Q2 van 2020. Die terugval naar 600 miljoen euro bleek een incident. Sindsdien is de kwartaalomzet elk kwartaal gestegen om in het vierde kwartaal van vorig jaar zelfs boven de 800 miljoen euro uit te komen.
Ook voor de Benelux geldt dat er groei genoteerd is. Zowel in Nederland als in België ligt momenteel het aandeel van servicecontracten op of boven de tweederde. “Dat is een belangrijk speerpunt in onze strategie”, benadrukt Van der Baan. Hij gaat nog een stap verder: “Voor transporteurs is het hebben van een eigen werkplaats geen onderdeel van de core business. Net zo min transport dat is voor onze dealers. Concentreer je op dat waar je goed in bent, je core business. Steeds meer klanten kiezen voor de aanschaf inclusief een servicecontract en dat onderbouwt dat ze achter die visie staan.”